Wat je tijdens een presentatie met je handen (en de rest van je lichaam) moet doen

Het klinkt als een vraag na het eten van een banaan: ‘Waar laat ik de schil?’, die tussen je duim en wijsvinger bungelt.

Naast ‘Wat doe ik met m’n handen?’, stellen deelnemers aan presentatietrainingen ook andere vragen over non-verbaal gedrag: ‘Hoe moet ik staan, waar of naar wie moet ik kijken, mag ik vrijelijk heen en weer lopen, kruip ik achter een katheder of mag ik er ook bij zitten?’

Wat je met je handen moet doen, gebeurt op intuïtief niveau en gaat je verstand te boven. Ons advies: ‘Laat ze doen waar ze zin in hebben’. Dit klinkt eenvoudig en mysterieus tegelijk.

De rede biedt ons vele mogelijkheden; intuïtie kiest hieruit feilloos de beste.

We denken overal over na, dus ook over onze presentatie. Je hoofd erbij houden en diep nadenken zijn adviezen, waar velen mee zijn opgevoed. Als je grip wilt krijgen op je non-verbale gedrag, zit juist dat nadenken een succesvolle presentatie in de weg.

Als het om non-verbaal gedrag gaat, leren veel presentatietrainers je bijvoorbeeld over het aantal seconden dat je iemand mag aankijken, het aantal centimeters tussen je beide voeten, je schouders vanuit een bepaalde hoek naar je publiek te richten, je hoofd met een denkbeeldig draadje aan het plafond te verbinden, zodat je rechtop staat en het voor de spiegel oefenen van gepaste gezichtsuitdrukkingen.

Het zijn maniertjes die je in een keurslijf dwingen, waardoor je gemaakt overkomt. Je bouwt constructen, waarachter jij zelf onzichtbaar blijft. Bovendien ben je bang dat de zelfgemaakte bouwsels instorten of dat je gesprekspartner door je opgeblazen ego heen prikt.

Het leven is makkelijker dan je denkt en moeilijker als je denkt (Paul Smit)

Wist je dat onze meest productieve acties zonder nadenken gebeuren? Of het nou de wereldgoal van Van Persie is tijdens het WK 2014, het in een reflex opvangen van een peuter die valt, het soepel knopen van je blouse of het dagelijkse ritje van je werk naar huis: het zijn allemaal vaardigheden die we gedachteloos uitvoeren. Sterker nog: niet nadenken is een belangrijke voorwaarde voor het succesvol verlopen van deze acties.

Ken je de ervaring dat je in een fijn gezelschap enthousiast en geheel vanzelf een verhaal vertelt. Met passende expressie vertel je in geuren en kleuren hoe je op het hockeyveld, tijdens een finale het winnende doelpunt maakt of je vertelt vol passie over je ruige fietstocht door de Franse Alpen met adembenemende vergezichten.

Zonder nadenken en geheel vanzelf vertel je een inspirerend verhaal. Terwijl nadenken juist als een soort remblokje op je verbeelding werkt, waardoor je niet volledig in verbinding met je presentatie bent. Het houdt je uit de zogenaamde ‘flow’.

I sit down and let the pen do it’s work (Bono)

In flow zijn is een vorm van overgave, waardoor je op een natuurlijke manier presenteert. Ook dit gebeurt op intuïtief niveau, waardoor de presentatie zich geheel vanzelf aan jou ontvouwt.

Dus laat je voeten, handen, ogen, gezicht en lichaam doen waar ze zin in hebben. Zo ervaar je met groot gemak en veel plezier de reis van presenteren zoals het hoort naar presenteren zoals je bent!

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *